Skip to end of metadata
Go to start of metadata

Samenvatting

"Vaardig communiceren in de gezondheidszorg, een evidence based benadering", zo heet het boek dat in 2006 uit het Engels werd vertaald door Jan van Dalen, klinisch psycholoog aan de medische faculteit Maastricht. De oorspronkelijke titel "Skills for communicating with patients" van Silverman, Kurtz en Draper verscheen een jaar eerder. Het betreft de tweede druk. De eerste druk verscheen al in 1998. Sinds enkele jaren baseren de meeste huisartsopleidingen in Nederland hun onderwijs in arts-patiënt communicatie op dit boek. Ook Huisarts en Wetenschap besteedde een reeks artikelen aan het gedachtengoed van Silverman c.s. 

Het boek geeft evidence-based richtlijnen voor het onderwijs in communicatie-vaardigheden in de gezondheidszorg. Hiertoe wordt het medisch consult verdeeld in fases:

  • Begin van het consult
  • Informatie inwinnen
  • Lichamelijk onderzoek
  • Uitleg, advies en planning
  • Beëindiging van het consult.

De vaardigheden die in al deze verschillende fases nodig zijn worden beschreven. Daarnaast wordt een aantal vaardigheden beschreven die nodig zijn om door het hele consult heen structuur te bieden en de relatie met de patiënt op te bouwen. Al deze vaardigheden staan beschreven in de zogenaamde Calgary-Cambridge Observatielijst. Dit is een zeer uitgebreide observatielijst om gedrag tijdens een consult te scoren, vergelijkbaar met de MAAS-Globaal en de Consultbeoordeling-Katwijk.

 

 

Vaardig communiceren in de gezondheidszorg 3de druk

Inhoudsopgave

Het consult volgens Silverman

Met veel bewijsvoering onderbouwt Silverman zijn ideeën over effectieve arts-patiënt -communicatie.

In grote lijnen komt het erop neer dat er door het hele consult heen sprake moet zijn van twee richting verkeer. De dokter moet niet alleen informatie uitzenden maar vooral ook ontvangen. Een nieuw gezichtspunt is dat Silverman afrekent met het idee van twee modellen die naast elkaar, om beurten door de dokter worden gehanteerd: het traditionele anamnese model en daarnaast het communicatiemodel. Hij bepleit een geïntegreerd model waarin voortdurend aandacht is voor ziekte (gezichtspunt arts), klacht (gezichtspunt van de patiënt) en context van de patiënt.

Fases

Voor de beginfase van het consult (hoofdstuk 2) brengt dit niet veel nieuws: huisartsen zijn al lang bekend met het belang van een goede exploratie van de hulpvraag en de afbakening hiervan ten opzichte van de anamnese. Silverman onderstreept dit belang met veel onderzoek en wetenswaardigs, én beschrijft in detail de benodigde vaardigheden hierbij.

Nieuw is de expliciete toepassing van het ziekte-klacht-context-model tijdens de biomedische anamnese (hoofdstuk 3): Opnieuw met veel bewijskracht voert Silverman aan dat ook in déze fase in eerste instantie open vragen, en het betrekken van visie en beleving van de patiënt cruciaal zijn. Dit geeft meer en betere informatie dan het stellen van gesloten vragen en versterkt de hulpverleningsrelatie. Gesloten vragen zijn ook waardevol, maar meer ter completering van de anamnese. 

Ook nieuw is de uitgebreide aandacht die Silverman geeft aan de fase van uitleg en advies. (hoofdstuk 6) Opnieuw veel bewijs en overtuigingskracht ter onderstreping van het belang van patiëntgerichtheid ook in déze fase. Door goed luisteren en zorgvuldig onderzoek heeft de arts een werkhypothese gevormd. Deze gaat hij nu meedelen, vergezeld van een plan van aanpak. Dat het voorgestelde beleid alleen maar kan werken als de patiënt het begrijpt en kan accepteren lijkt logisch maar de arts is daar in deze fase vaak te weinig mee bezig. Teleurstelling bij arts en patiënt kan het gevolg zijn. Bij de arts omdat de patiënt zich niet aan het advies houdt en bij de patiënt omdat hij het advies niet begrijpt en/of zich uiteindelijk toch niet gehoord en begrepen voelt. Het "frisbee-model" van Silverman beschrijft de voortdurende interactie tussen arts en patiënt waarbij de arts steeds verifiëert of zijn boodschappen in vruchtbare aarde vallen. Zo niet dan doet hij een stapje terug en exploreert hij mét de patiënt wat er in de weg zit. Gezamenlijke besluitvorming is het toverwoord voor betere uitkomsten wat betreft patiënttevredenheid, therapietrouw, en zelfs bloeddruk en HbA1c.

Structuur en relatie!

Hoofdstuk 4 gaat over de structuur in het consult. Hier wordt beschreven dat artsen een open houding en aandachtig luisteren vaak lastig vinden; ze zijn dikwijls bang om de controle over het consult te verliezen, of teveel informatie te krijgen die ze niet kunnen onthouden. Dit laat zich goed ondervangen door structureren middels samenvattingen en markeringen.

In hoofdstuk 5 wordt het belang van een goede relatie met de patiënt beschreven. "In een goede relatie kan de patiënt zijn verhaal beter kwijt en kan hij zijn zorgen en angsten beter onder woorden brengen. De therapietrouw wordt versterkt en misverstanden en conflicten kunnen beter worden voorkomen". De vaardigheden die daarbij horen worden hier nog eens op een rij gezet. Zij kwamen in de andere hoofdstukken ook al naar voren. Het gaat om zaken als samenvatten, markeren van overgangen, non verbale communicatie, erkenning en inlevingsvermogen en steun en gevoeligheid, de patiënt bij het onderzoek betrekken door hardop te denken, redenen te geven, toestemming te vragen voor lichamelijk onderzoek etc.

Communicatieproblemen worden beschreven en de link wordt gelegd met voorbeeldgedrag tijdens de opleiding: als rolmodellen geen contact maken met patiënten of collega's zal de jonge arts dat ook minder doen.

Tot slot

Ook het beëindigen van het consult wordt als aparte fase beschreven (hoofdstuk 7) met de daarbij horende vaardigheden. Als al het vorige goed gegaan is zal dit in de regel niet veel problemen meer opleveren.

In hoofdstuk 8 komen nog vaardigheden bij speciale consulten aan bod. Zoals slecht nieuws, omgang met allochtonen, met bejaarden, met kinderen en met patiënten met psychische ziekten. Tenslotte is er ook nog een paragraaf gewijd aan het telefonisch consult. Bij al deze speciale consulten komt het erop neer dat er weliswaar soms specifieke vaardigheden vereist zijn maar dat het veelal gaat om het intensiever toepassen van de elders reeds beschreven vaardigheden.

Write a comment…