Spring naar het einde van metadata
Ga nar het begin van metadata

Over de CZ stage

Afhankelijk van de gebruikte definitie zijn er in Nederland 1,5 tot 4,5 miljoen mensen met één of meerdere chronische aandoeningen (zie: Nationaal Kompas Volksgezondheid). Mensen met een chronische ziekte of handicap ervaren hun gezondheid over het algemeen als veel slechter dan mensen uit de algehele Nederlandse bevolking. Bij deze groep vertoont de algemene gezondheidsbeleving in de periode van 1998 tot 2005 bovendien een dalende lijn. Het aantal chronische ziekten is daarbij van grotere invloed dan de aard van de ziekte. Mensen met twee of meer chronische ziekten beoordelen hun algehele gezondheid als slechter dan mensen die aan één chronische ziekte lijden (zie: Rapport Kerngegevens Zorg, Nivel, 2007). Over multimorbiditeit merkt François Schellevis op: "…(het) is eerder regel dan uitzondering bij patiënten op hogere leeftijd. Het komt op grote schaal voor. Het is geen nieuw verschijnsel, maar we realiseren ons nog onvoldoende welke rol multimorbiditeit speelt. Alle richtlijnen en zorgprogramma's in Nederland zijn gemaakt voor een specifieke ziekte, terwijl de zorgverlener te maken heeft met een veel complexere patiënt. De zorg voor mensen met meerdere chronische ziekten verloopt vaak ongecoördineerd als gevolg van te weinig afstemming.' (interview in Vilans, 16 november 2011).

Het aandeel van de huisarts in de zorg voor patiënten met chronische zorg neemt gestaag toe. Oorzaken zijn onder meer de vergrijzing en de tendens om de patiënt zo lang mogelijk in de thuissituatie te verplegen. De begeleiding van deze patiënten vergt een specifieke deskundigheid van de huisarts.

De zorg die patiënten met een chronische ziekte nodig hebben is gericht op cure: het genezen of tegengaan van verslechtering en op care: het verbeteren van de kwaliteit van leven.

De werkwijze in de huisartspraktijk is vaak ad hoc, klachtgericht en intuïtief. De zorg van de verpleeghuisarts/specialist ouderengeneeskunde wordt daarentegen gekenmerkt door een planmatige aanpak die gericht is op het creëren van een optimale kwaliteit van het bestaan, op functiebehoud en -verbetering en waar nodig palliatief. 

De stages in deze module vinden plaats in verpleeghuizen en verzorgingshuizen en in de psychogeriatrie. Het hoofdthema van de stage is dan ook de specialistische behandeling van Chronische zorg. Centraal staat het planmatig leren omgaan met patiënten met ernstige, multipele lichamelijke en/of geestelijke beperkingen en aandoeningen. Wij achten het met name van belang dat de aios in deze stage de eigen vaardigheid in de omgang met deze problematiek vergroot én beter toegerust wordt ten behoeve van de samenwerking met andere beroepsgroepen die een rol vervullen in chronische zorg. 

Het verpleeghuis is bij uitstek de plaats voor het leren van bovengenoemde planmatige aanpak. De Huisartsopleiding VUmc werkt hierbij samen met GERION, de opleiding voor ouderengeneeskunde van het VUmc, zowel inhoudelijk als organisatorisch.

 

 

Contactpersonen

Angélique Bongers 
Teamleider Jaar 2

Pascale Scheerman
Assistent Teamleider Jaar 2

Inhoudsopgave

Oriëntatie op de inhoud van de stage

De aios werkt tijdens de stage Chronische zorg met een eigen patiëntenpopulatie, die kampt met meervoudige somatische en psychogeriatrische problematiek. Veel voorkomende ziektebeelden zijn onder meer: status na CVA, diverse vormen en stadia van dementie, chronische neurologische aandoeningen zoals M. Parkinson en M.S. Het betreft tevens patiënten met gevorderde stadia van aandoeningen van het bewegingsapparaat zoals artrose en reumatoïde artritis, evenals patiënten met een (terminale) maligniteit.

De aios kan zich tijdens deze stage bekwamen in een systematische aanpak van deze patiënten, waarbij het functioneren van de patiënt en de geanalyseerde problemen, op de volgende punten schematisch in kaart wordt gebracht:

  • Somatische ziekten, ADL, Maatschappelijke situatie, Psychisch en Communicatief functioneren (SAMPC). Deze werkwijze beoogt een overzichtelijke aanpak, waarbij met name de optimale kwaliteit van leven -een optimale situatie vanuit de resterende mogelijkheden - van de patiënt nagestreefd wordt. In voorkomende gevallen zal daarbij ook palliatieve zorg aan de orde zijn.
  • Een belangrijk aspect tijdens de CZ- stage betreft de samenwerking en afstemming met andere disciplines zoals verpleegkundige, fysiotherapeut, ergotherapeut, logopedist, verpleeghuisarts en medisch specialist. De aios leert veel over de verschillende verwijs- en consultatiemogelijkheden alsmede over de communicatie met familieleden van de patiënt.
  • Er is ruimte voor discussie over de grenzen van het medisch handelen en de vraag wanneer en onder welke voorwaarden de behandeling gestaakt moet worden.

Afstemming met andere stages

Onderwijs op het gebied van chronische aandoeningen, geriatrische problematiek en palliatieve zorg komt op meerdere plaatsen tijdens de opleiding aan de orde.

Tijdens de eerste Opleidingsperiode in de huisartspraktijk ligt het accent op de detectie van nieuwe patiënten en op de zorgverlening bij bekende patiënten met veelvoorkomende chronische ziekten zoals hart- en vaatziekten, diabetes, astma en COPD en de minder vaak voorkomende chronische aandoeningen van het bewegingsapparaat en het zenuwstelsel. De nadruk ligt hierbij op de medisch-inhoudelijke aanpak. 

De aios beschikt daarna over de vakinhoudelijke kennis om de belangrijkste chronische ziekten te kunnen diagnosticeren en behandelen. Met de kennis opgedaan in de CZ-stage is de aios beter toegerust voor een planmatige aanpak van de chronische problematiek, waarbij de bevordering van de kwaliteit van leven voorop staat. De aanpak van disease- en praktijkmanagement bij deze aandoeningen komt aan de orde in de tweede Opleidingsperiode in de huisartspraktijk.
 

Doelstellingen

De leerdoelen van de stage zijn ontleend aan het Competentieprofiel huisarts, de ComBeL en het Raamcurriculum 2005. Het onderwijs tijdens deze module is gerelateerd aan de, per taakgebied geordende, onderstaande competenties:


 Taakgebied 1: Vakinhoudelijk handelen
  • heeft kennis van de relevante ziekten / stoornissen / gezondheidsproblemen (m.b.t. voorkomen, symptomatologie, etiologie, pathosfysiologie en natuurlijk beloop) en interpreteert de klacht in de context van de chronische zorg
  • kent het diagnostische arsenaal van het vakgebied (incl. het onderscheidende vermogen ervan) en zet dit op rationele wijze in
  • voert op adequate wijze anamnestisch en fysisch- diagnostisch onderzoek uit
  • kent het therapeutische arsenaal van het vakgebied (incl. wetenschappelijke onderbouwing, werkzaamheid en risico's) en zet dit op rationele wijze in
  • is in staat om te onderbouwen waarom een medische interventie noodzakelijk is of waarom bij de individuele patiënt hiervan wordt afgezien
  • heeft kennis van de farmacotherapie en polifarmacie bij ouderen
  • gaat adequaat om met spoedeisende situaties
  • benadert patiënten systematisch en proactief
  • beheerst de medisch technische vaardigheden passend bij het vaakgebied (o.a. katheteriseren, inbrengen maagsonde, necrotomie, zuurstof toedienen, enz.)
  • betrekt de context van de patiënt (fysieke, psychische, sociale/culturele achtergrond, gezondheidsgeschiedenis en levensfase) bij hypothese en beleid
 Taakgebied 2: Arts-patiënt communicatie
  • bouwt een effectieve behandelrelatie met de patiënt op
  • gaat adequaat om met patiënten met een communicatieve beperking (slechthorendheid, afasie, dementie enz.)
  • bejegent de patiënt en naasten met betrokkenheid, begrip en respect
  • communiceert adequaat met patiënten en hun begeleiders en is in staat een familiegesprek te voeren
  • geeft voldoende en begrijpelijke informatie aan de patiënt en naasten, en past taalgebruik aan bij leeftijd geslacht, opleiding en emotie van de patiënt
  • geeft de patiënt / naasten, indien mogelijk, inspraak in de besluitvorming
  • gaat geordend en gestructureerd te werk

zie Leerlijn APC

 Taakgebied 3: Samenwerken
  • draagt bij aan een goede werkrelatie met de andere hulpverleners
  • zorgt voor heldere mondelinge en schriftelijke informatieoverdracht
  • werkt adequaat samen met andere zorgverleners in een multidisciplinaire structuur en geeft blijk van inzicht in taakverdeling en verantwoordelijkheden
  • kent de eisen waaraan een adequate verwijzing naar het verpleeghuis moet voldoen en heeft kennis van de specifieke expertise van de verpleeghuisarts
  • gaat adequaat om met een conflictsituatie
 Taakgebied 4: Organiseren
  • draagt een patiënt zorgvuldig over en draagt zorg voor continuïteit
  • heeft inzicht in de expertise van verplegend en verzorgend personeel en kan beide groepen gericht en efficiënt aansturen
  • legt medische gegevens zorgvuldig en begrijpelijk vast en maakt adequaat gebruik van het patiënten registratie systeem
  • gaat adequaat met de tijd om, past time- management adequaat toe
  • schakelt, zo nodig, de juiste instantie(s) in voor het zorgtraject thuis
 Taakgebied 5: Maatschappelijk handelen
  • heeft voldoende kennis van en handelt volgens de relevante wettelijke regelgeving WGBO, BIG, BOPZ, KNMG groene boekje, AWBZ en WMO)
  • is zich bewust van de vertrouwensrelatie met patiënten en respecteert de privacy van gegevens
  • registreert en delegeert volgens de wetgeving en procedures van de instelling
  • herkent incidenten in de patiëntenzorg die tot een klacht (zouden) kunnen leiden en speelt daar zo nodig op in om een klacht te voorkomen
  • informeert patiënten en naasten over de klachtenprocedure van de instelling
 Taakgebied 6: Wetenschap en onderwijs
  • onderbouwt de zorg op wetenschappelijk verantwoorde wijze
  • heeft kennis geldende richtlijnen t.a.v. diagnostiek en therapie
  • presenteert op adequate wijze patiënten of medische onderwerpen in (multidisciplinaire) besprekingen en in de aios- groep
 Taakgebied 7: Professionaliteit
  • toont inzet en betrokkenheid, houdt zich aan afspraken
  • neemt, ook bij fouten, de verantwoordelijkheid voor het eigen handelen
  • hanteert een goede balans tussen betrokkenheid en distantie
  • staat open voor feedback en gaat daar constructief mee om
  • schat het eigen niveau van functioneren goed in en handelt daar naar (roept zo nodig hulp in)
  • overlegt regelmatig over de vorderingen met de stageopleider en stelt leerplan bij, evalueert leerdoelen, formuleert nieuwe doelen, toetst het eindresultaat
  • reflecteert op het eigen handelen en onderkent de invloed van de eigen persoon op het contact met patiënt en andere betrokkenen
  • handelt in ethisch opzicht zorgvuldig
  • hanteert verschillen in normen en waarden tussen hulpverleners en -vragers op professionele wijze (binnen de geldende ethische en medische gedragsregels)
  • weet belangen van patiënten en familie en verzorging te onderscheiden en gaat hier bij tegenstellingen professioneel mee om
  • gaat adequaat om met de werkbelasting op de stageplek
  • is toenemend in staat zelfstandig te werken

Beginvereisten / aanvangsniveau 

  • De aios heeft Jaar 1 van de huisartsopleiding afgerond.

Hulpmiddelen en literatuur

De aios moet kunnen beschikken over recente huisartsgeneeskundige literatuur. Hiertoe behoren:

Deze zijn alle elektronisch beschikbaar vanaf de VUmc campus of via de VU proxy, zie hiervoor de handleiding van de VUVoor het zoeken naar literatuur en voor het kunnen communiceren met collega- aios en groepsdocenten via Canvas.

Een deel van het onderwijsmateriaal van de stage is te vinden op Canvas maar voornamelijk in deze Wiki.

Indeling Stage Chronische Zorg

De stage omvat 12-13 weken met circa 10 terugkomdagen. De werkweek bestaat uit 38 uur exclusief zelfstudietijd, waarvan 6 ½ uur voor de terugkomdag en 31 ½ uur op de stageplaats verdeeld over 4 dagen. De opdrachten die de aios moet worden binnen deze 31 ½ uur uitgevoerd.

Wanneer er geen terugkomdagonderwijs gepland is, wordt deze tijd besteed op de stageplaats.

De onderwijskundige begeleiding op de stageplaats vindt tijdens het 2e jaar plaats binnen werktijd, in overleg met de stageopleider.

Toetsing en beoordeling

In het Protocol toetsing en beoordeling staat de formele toetsingsprocedure beschreven zoals die landelijk geldt. In de praktijk moet de aios aan meerdere verplichtingen voldoen om de CZ stage tot een goed einde te brengen. Een aantal daarvan zijn onderdeel van het beoordelingsdossier. Daarnaast bestaan er een aantal evaluatieformulieren die op het eind van de stage moeten zijn ingevuld.

Een overzicht van alle verplichtingen en alle formulieren die in het beoordelings- en evaluatietraject van belang zijn vind je hier:

Toetsing en beoordeling CZ stage

Verplichte opdrachten

In de CZ stage zijn deze opdrachten verplicht: 

Globaal Rooster

De invulling van het cursorisch onderwijs op de terugkomdag vindt plaats op basis van een aantal verplichte en flexibele elementen. In ieder geval komen een aantal vaste thema's aan de orde die hieronder beschreven worden. Daarnaast is er ruimte voor verdiepingsonderwijs op basis van vragen uit de groep. Naar aanleiding van inbreng uit de reflectierondes zijn aanpassingen mogelijk. Het definitieve rooster hangt dus mede af van de invulling die de groep eraan geeft. 

Vaste onderwerpen in de CZ-module zijn:

  • Kennismaken en oriëntatie op de stage en formuleren van het Individueel Ontwikkelingsplan
  • Onderlinge consultatie door middel van casuïstiekbespreking
  • Verdiepingsonderwijs/ presentaties n.a.v. het thema "complexe geriatrische problematiek"
  • Verdiepingsonderwijs/ presentaties n.a.v. het thema "de verwarde bejaarde"
  • Verdiepingsonderwijs/ presentaties n.a.v. het thema "grenzen aan medisch handelen"
  • Verdiepingsonderwijs/ presentaties n.a.v. het thema "familiegesprekken"
  • Verdiepingsonderwijs/ presentaties n.a.v. het thema "palliatieve zorg"
  • Verdiepingsonderwijs/ presentaties n.a.v. het thema "wondzorg"
  • Evaluatie en afsluiting van de module
Reageer…